Huurrecht Bedrijfsruimte Winkels Horeca

De huurder van een winkel-, horecaruimte wordt in Nederland in verregaande mate beschermd. De reden daarvoor is dat de exploitant van de winkel doorgaans afhankelijk is van het inkomen dat uit de winkel gegenereerd wordt. Als de huurovereenkomst eenvoudig te beëindigen zou zijn, brengt dat met zich mee dat het inkomen verloren gaat.

De bescherming van de huurder komt op een aantal punten aan de orde. Zo wordt de huurder in ieder geval beschermd tegen verhogingen van de huurprijs. Voor een verhoging van de huurprijs dient een afzonderlijke procedure te worden gevolgd. Daarnaast wordt de huurder beschermd doordat de verhuurder moet meewerken aan de overdracht van een huurovereenkomst indien de onderneming van de huurder wordt overgedragen (de indeplaatstelling). De verhuurder kan dan tegen zijn wil in een nieuwe contractspartij toegewezen krijgen. De huurder wordt voorts beschermd doordat de huurovereenkomst die langer dan twee jaar loopt altijd wordt geacht te zijn aangegaan voor de looptijd van 2 x vijf jaar. Als de verhuurder de huurovereenkomst wil opzeggen moet de verhuurder een termijn in acht nemen van 12 maanden en heeft de verhuurder bovendien toestemming van de kantonrechter nodig. De kantonrechter kan deze toestemming alleen maar geven als voldaan is aan de wettelijke vereisten. De huurovereenkomst wordt bovendien voortgezet tot het moment dat de hoogste rechter over de beëindiging heeft geoordeeld (tenzij het vonnis uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard). Tot slot wordt voor een aantal bepalingen van het huurrecht  bepaald dat niet ten nadele van de huurder mag worden afgeweken.

Om onder de huurbescherming uit te komen dient de huurovereenkomst te zijn aangegaan voor de looptijd korter dan twee jaar of indien de termijn langer loopt, dient de kantonrechter om toestemming te worden gevraagd om af te wijken van de regels van het huurrecht.